|
| Antwerpen |
De geschiedenis van Antwerpen
--------------------------------------------------------------------------------

De Romeinen schreven rond 250 over Scaldis ( de Schelde ), Scinda ( de Schijn ),
Thurnini ( Deurne ) en Caloes ( het Kiel ).
De bewoning uit de laat-Romeinse (250-500 n.C.) en Merovingische periode
(500-800 n.C.) is op het grondgebied van de stad Antwerpen archeologisch zeer
slecht na te wijzen. Mogelijk verdween het grootste deel van de bewoning onder
invloed van Germaanse volksstammen die vanaf het midden van de 3de eeuw
regelmatig onze gebieden binnenvallen. Archeologische sporen of vondsten zijn
niet voorhanden.
De voornaamste nederzetting was destijds de versterking “Thurnini” ( Deurne)
gelegen aan de Schelde. De Schelde was een kleine verwilderde rivier van slechts
enkele tientallen meter breed. De Schelde liep nog niet in haar huidige bedding,
maar volgde de ring rond Antwerpen langs Deurne.
De versterking “Thurnini” (Deurne) lag toen aan de Schelde in de monding van de
Schijnen, op een stuifzandheuvel die half was gelegen in het water. Onze streken
bestaan nog altijd uit verschillende stuifzandheuvels. De hoogste heuvels zijn
de Stuivenberg, het Kiel, Deurne en Merksem. Minder hoge heuvels zijn de
Kattenberg (nu Borgerhout), het Zand en de Zuidberg. Op de Zuidberg werd
vermoedelijk rond de 3de eeuw Kroonenburg gebouwd. Deze burcht moest in de 12de
eeuw plaats maken voor de Sint-Michielsabdij.

Nog kleinere heuvels langs de Schelde zijn de Guldenberg, de Koraalberg,de
Bloedberg, de visberg en de voornaamste heuvel kreeg geen naam.
Op deze heuvel stichtte in 660 de missionarissen Eligius en Amandus, bisschoppen
van Tongeren en Maestricht, de eerste kapel die werd opgedragen aan de H. Petrus
en de H. Paulus. Deze heuvel lag toen nog op de linkeroever en later werd op
deze heuvel de Antwerpse burcht gebouwd, nadat de Schelde zich had verplaatst
naar haar huidige bedding.
Onze streken kregen de naam : HET LAND VAN RYEN. Totaal vergeten! Waarom bijna
niemand dat nog weet, is ons een volledig raadsel. Het land van Ryen is gelegen
tussen het land van Waas, het land van Saaftingen en het land van Brabant.
Midden jaren 700 vond de Schelde een nieuwe doorgang tussen de zandheuvels en
vervolgde haar weg in de huidige scheldebedding. De Benedictijnen van Deurne
ontdekten een gelijkaardige locatie aan de huidige Scheldeoever en bouwden daar
in de 8ste eeuw een nieuwe vooruitgeschoven nederzetting die ze de naam "ANDA
VERPUS" gaven. Door dialectvorming evolueerde deze naam naar Antverpia, Antverp,
dan Antwerp tot de naam "Antwerpen".

Deze nieuwe vooruitgeschoven nederzetting was ook gelegen op een zandheuvel die
half in het water stak en waar destijds de kapel van de H. Amandus werd op
gebouwd. Deze kapel werd in 726 overgedragen aan H. Willebrordus, bisschop van
Utrecht.
In de 8ste eeuw werd de Aiendijk ( Eiendijk, Ayendijk) aangelegd. Deze
wandeldijk verbond Deurne via de Deurnebrug door de moerassen met hun nieuwe
nederzetting aan de Schelde (Nu de Carnotstraat en de Herentalsebaan). Ter
hoogte van de grote markt was een splitsing die zuidwaarts liep, hoog bovenop de
zandheuvels langs de Schelde (Hoogstraat) richting kroonenburg en verder naar
het Kiel.
Iedereen die gebruik wilde maken van de Aiendijk moest tol betalen. Sinds
mensenheugenis behoorde dit tolrecht toe aan de Sint-Michielsabdij. In 1447 werd
deze tol afgeschaft.
In 836 verwoestten de Noormannen Antverpia en Deurne. Ze bouwden een nieuwe
nederzetting op de plaats waar ze Antverpia hadden verwoest. Het werd een
typisch cirkelvormige nederzetting met een aarden omwalling. Twee straten
vormden een kruis van Noord naar Zuid (De Mattestraat) en van West naar Oost (De
Zakstraat).
Door het verdrag van Verdun (843) werd het Frankische rijk van Karel de Grote in
drie delen verdeeld. Het Westfrankenrijk werd Frankrijk. Het Oostfrankenrijk
werd het Duitse rijk. Middenfrankenrijk bestond uit Lotharingen, het land van
Ryen, Boergondië en Italië.
In 923 werd Lotharingen bij het Duitse rijk gevoegd. Het land van Ryen behoorde
vermoedelijk niet tot Lotharingen en werd pas in 927 ingepalmd door het Duitse
rijk. De Schelde diende ten noorden nu als nieuwe grens tussen Frankrijk gelegen
op de linkeroever en het Duitse rijk op de rechteroever.
De twisten tussen Frankrijk en het Duitse rijk laaiden hoog op en hun
gemeenschappelijke vijand, de Noormannen, werden hun bondgenoten. Frankrijk gaf
een stuk land weg aan de Noormannen dat Normandië werd genoemd. Keizer Otto I
sloot met de Noormannen een verdrag af in Antwerpen.

De Noorse nederzetting te Antwerpen werd verbouwd tot een machtige burcht. De
houten omwalling werd vervangen door een stenen muur. De bewaking van deze
burcht werd overgedragen aan de Noormannen. Daarom plaatsen zij boven de
toegangpoort van de nieuwe burcht hun Noorse afgod. Helaas kennen we de naam
niet van deze afgod. In de 16de eeuw gaven de Antwerpenaren het beeldje de naam
"Semini". Men beweerd dat in 1587 de jezuïeten een 'aanstootgevend' lichaamsdeel
(penis) lieten weghakken van dit beeldje.
Keizer Otto I mag men terecht de stamvader van de Stad Antwerpen noemen. Zonder
deze burcht had hier nooit een stad ontstaan.
Rond deze burcht groeide vrij snel de bevolking. Deze eerste stadskern, de
ruienstad genoemd, was een gebied van 20 Hectare. Met enkele zijriviertjes van
de Schijn maakten men een beschermende watersingel rond de stad.
De ruienstad werd niet voorzien van een aarden omwalling met poorten, maar wel
van vier ophaalbruggen: de Koepoortbrug in het Noorden( Ook Peerdsbrugge
genoemd), de Wijngaardbrug in het Oosten en in het Zuiden de Reinoldbrug aan de
Melkmarkt ook Melkbrug genoemd en de Broodbrug aan de Hoogstraat beter bekend al
de ijzerenbrug. Uiteraard volstaan deze watersingel niet als bescherming tegen
een grote legermacht. Ze dienden eerst en vooral om rovers en veedieven buiten
te houden.
De watersingel is vandaag nog steeds terug te vinden op een plattegrond van
Antwerpen. Hij volgt de verdwenen Boterrui,de Suikerrui, de Kaasrui, de
Jezuïtenrui, de Minderbroedersrui, de Sint-Paulusstraten en de Holenvliet ( is
nu de Koolvliet). Deze Ruienstad bleef ongewijzigd tot omstreeks 1200.
In 1008 werden de markgraafschappen opgericht. Antwerpen hoorde bij het
markgraafschap Brabant.
In 1221 krijgt Antwerpen haar stadsrechten waardoor de stad voortaan bestuurd
wordt door een college van 12 schepenen.
De vrijheidsbrief voor Antwerpen, werd te Antwerpen zelf gegeven door hertog
Hendrik I (hertog van Brabant, markgraaf van Antwerpen,1190-1235).
2 december 1409: De eerste Antwerpse burgemeesters ('borchmeesters'), Nikolaas
Van Wijneghem (Claes van Wyneghem) en Gillis Bacheler, (binnen- en
buitenburgemeester) worden door de Antwerpse schepenen verkozen. Dit eigen
stedelijk initatief, in wezen een oppositie tegen hertog Antoon van Bourgondië
(men incorporeerde uit economische motieven het hertogelijke burchtdomein in het
stedelijke), toont het nieuwe stedelijk zelfbewustzijn aan. In 1411 zal de
hertog de functie erkennen (akte 28 maart 1411).
24 februari 1464: « Anno 1464 op St-Mathijs was het grote overstrooming. De
dijken begaven op vele plaatsen, en veel menschen en schepen vergingen. »
[prims-asia36, p.327 (Kronijk van Van Halmale)].
1525 (ca.): Onstaan van de oudst gekende plattegrond van Antwerpen 'ATVVERPIA IN
BRABA(N)TIA', een zicht in vogelvlucht vanuit het westen. Het werk wordt door
Floris Prims toegeschreven aan Gerard Horenbout (Gent, ca. 1465 – Gent of
Londen, 1540-1541). [prims-asia36: 200]; [a-verhaal-1993: 158]. - (Kopergravure,
twee platen samengevoegd: 33 x 90 cm; Amsterdam, Rijksmuseum,
Rijksprentenkabinet, inv. OB4318).
10 mei 1540: Het plan van de nieuwe stadsomwalling wordt goedgekeurd. Volgens
Guicciardini had Boni de' Pellizuoli de algemene leiding van de werken, terwijl
de practische uitvoering bij de Antwerpse stadsbouwmeester Peter Frans berustte.
15 januari 1552 (17u): Een uitzonderlijk hoge vloed, het water rees in Antwerpen
ongeveer een decimeter hoger dan in 1530 (Sint-Felixvloed). Tijdgenoten spreken
van de vierde grote vloed. In Hoboken begaf de Scheldedijk, in Vlaanderen
ontstond het Geuzenweel bij de doorbraak van de dijk tegenover Oosterweel
gelegen.
Eind oktober 1567: De Antwerpse Citadel (een dwangburcht) wordt in opdracht van
Alva gebouwd [Zuidkasteel], hiervoor wordt op die plaats een deel van de
stadsomwalling (vesten) gesloopt (o.m. Kroonenburgtoren).
1568: Antwerpen telt 100.259 inwoners. Slechts een tiental Europese steden
telden omstreeks dezelfde tijd evenveel of meer inwoners. Tussen 1496 en 1568
steeg het aantal huizen 'intra muros' van 6.147 tot 11.856, hetzij een
vermeerdering met in totaal 5.709 eenheden of ruim 72 per jaar. Toch volstond
het aanbod geenszins om aan de vraag te voldoen.

1 november 1570: Allerheiligenvloed (stormvloed), het Land van Saeftinghe
verdwijnt grotendeels onder het water. 1570 (ca.): Na een dijkdoorbraak ontstaat
een Scheldekreek. Een restant ervan, 'De Grote Geul', ligt vandaag tussen de
spoorbundels van het vormingsstation Antwerpen-Noord en de Noorderlaan.
1570: (Kleinere) schepen kunnen de stad nog invaren op de ruien tot aan het
huidige Hendrik Conscienceplein.
1576: Werd het fort op het Vlaams Hoofd (Linkeroever) gebouwd.
1584: Doorsteken van de Scheldedijk ('zeedijk') in Oosterweel nabij Antwerpen op
drie plaatsen; een verdedigingstactiek van de Magistraat tegenover de oprukkende
Spaanse troepen. Zo ontstaan 'het Spaans Gat' (vandaag Royerssluis), 'Boerinnegat'
(op de plaats van het latere Poldergemaal) en het 'Boerengat' (juist voorbij de
vandaag verdwenen Polderweg). (Verdwijnen van de Boerensluis en Boerinnensluis).
1585: Opeenvolgende dijkverwoestingen gedurende het beleg van Antwerpen maken
een waterlandschap van de benoorden de stad gelegen polders. Deze staan blank
vanaf Zandvliet tot Borgerweerd. Ordam is definitief van de kaart verdwenen,
Oorderen en Wilmarsdonk zijn eilanden, Oosterweel bijna volkomen verdronken.
Oost-Westwaarts gezien zijn pas de ongeveer op 5 m of hoger gelegen delen niet
overstroomd.
1589: Slechts 42.000 inwoners. De leegloop van Antwerpen.(bij het verstrijken
van de capitulatievoorwaarden, na de herovering door Spanje van Antwerpen in
1585 ) = het dieptepunt voor Antwerpen, hoewel zich naderhand een herstel
voordeed, overschreed het bevolkingscijfer tot de Hollandse Tijd nooit 66.000
eenheden.
1592: Bouw van het fort Pereyra op de Dam, genoemd naar de Spaanse landvoogd.
(Ook Fort Stuivenberg genoemd)
|
|
|